onderwerpen: opvoedingsondersteuning, opvoeding, ontwikkeling, ouders, overgang basis naar secundair
Peter Adriaenssens geeft in deze nieuwste aflevering van Groei! leerrijk advies over de opvoeding van 12-jarigen. TV.Klasse volgt de tienerperikelen van Fien (12) thuis en op school. Als jonge puber maakt zij een revolutie door in lichaam en geest. “Jongens en meisjes ontwikkelen zich vanaf deze leeftijd verschillend. Meisjes zijn sneller ter taal en gaan meer in op gevoelens. Jongens hebben nog ruimte nodig om te spelen.” Ontdek in deze reeks waar kinderen staan in hun ontwikkeling en hoe je die kan stimuleren.
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(VOICE-OVER) In 'Groei' neemt TV.Klasse je elke aflevering mee
naar een andere leeftijd. Waar staat een kind in zijn ontwikkeling
en hoe kan je die optimaal stimuleren ?
Opvoedingsspecialist Peter Adriaenssens analyseert
de thuis- en schoolbeelden en geeft leerrijk advies.
(VOICE-OVER) In deze aflevering volgen we Fien thuis en op school.
Fien is twaalf jaar en zit in het zesde leerjaar bij meester Mark.
Ze is de dochter van mama Nele en papa Gert.
Ze heeft een oudere broer, Jef, van 13
en een jongere zus, Marie, van vijf.
(FOTOGELUID)
(PETER ADRIAENSSENS) We zijn op het einde van het lager onderwijs,
kinderen van ongeveer twaalf jaar,
we zeggen dat we in de prepubertijd zijn.
Het lijf gaat in verandering, de verstandelijke mogelijkheden,
de emotionele en de sociale.
(MEISJE) 'Oh my God'. (GEGIECHEL)
(PETER ADRIAENSSENS) Tot nu toe in het lager onderwijs waren jongens en meisjes
gewoon een gemengde groep. Dat begint nu te veranderen
in 't zesde leerjaar, twaalfjarigen. Ineens doet er zich iets voor
waardoor meisjes veel meer meisjes worden, jongens meer jongens
en de twee groepen aparte groepen zijn.
(MEESTER MARK) Het aantal jongens bedraagt één vijfde van het aantal meisjes.
Dat is te zeggen...
Da's het aantal meisjes.
En één vijfde van dit, dat zijn jongens.
Dat is het aantal jongens.
Hoeveel vijfden is dat dan ?
(PETER ADRIAENSSENS) Kijk, hier zie je zo'n rij meisjes naast elkaar
en dan zie je natuurlijk mooi
hoe die pubertijd eigenlijk al aan het werk is.
Dit zijn niet meer de kleine, frêle meisjes van een jaar of 2 geleden.
Hier zijn madammen op komst.
En je ziet natuurlijk ook de secundaire geslachtskenmerken
die verschillend zijn. Bij de één is er al duidelijk borstontwikkeling,
bij de ander nog helemaal niet.
(MEESTER MARK) Wat vind jij van de media-aandacht
die het huwelijk van William en Kate gekregen heeft ? Ja, Laure ?
(LAURE) Ja, ik vind dat eigenlijk heel overdreven,
ik denk nu ook niet dat dat zo tof is
om een huwelijk te hebben waar eigenlijk iedereen elk ding van weet
en... Hun kus is zelfs getimed.
(MEISJE) Ik vind het wel overdreven
dat mensen twee dagen aan het kamperen zijn
om dat huwelijk te kunnen zien,
maar ik vond dat wel tof dat ze dat uitzonden en zo.
(PETER ADRIAENSSENS) Allemaal meisjes op rij die antwoorden, dus da's niet toevallig.
Meisjes zijn sneller ter taal dan jongens,
gaan ook sneller in op onderwerpen die met gevoelens te maken hebben.
(MEESTER MARK) Wat vind je nu van de bewondering die veel mensen hebben voor...
royalty of misschien ook voor popsterren, voetbalkoningen ?
Wie bewonder jij eigenlijk in het bijzonder ?
(JONGEN) Ebecilio, da's een voetballer.
Er hangen posters op in mijn kamer. Ik heb daar een pop van.
(PETER ADRIAENSSENS) Jongens blijven daarin wat meer op afstand.
Pas als de leerkracht vraagt: Welke voetballer is je idool ?
Worden daar een paar jongens wakker.
Je moet echt het onderwerp dan ook richten naar de jongens.
(PETER ADRIAENSSENS) Jongens worden aangetrokken door balspel.
Men denkt vaak: Die jongens zouden toch ook een beetje
rijper moeten handelen, maar dit is eigenlijk niet 't geval.
Dat blijft voor jongens moeilijk op die leeftijd
om zo'n hele dag in die klas te zitten, dus ruimte om te spelen,
die is verschrikkelijk nodig.
(PETER ADRIAENSSENS) De meisjes staan in groepjes en ze wijzen.
Ze wijzen naar bepaalde jongens.
Je ziet hoe de geslachtshormonen hun werk aan het doen zijn.
Er ontstaat interesse voor het andere geslacht.
(PETER ADRIAENSSENS) Het is de leeftijd van de leiders en die volg je
of je neemt er juist afstand van. Gevoelig zijn voor hiërarchie
wil ook zeggen dat je heel gevoelig bent voor de vernedering.
Je ziet ook die sfeer van afrekeningen na zo'n incident.
Het is belangrijk dat er toezicht is op de speelplaats
om ervoor te zorgen dat wie daar aan het kortste eind trekt,
dat die toch ook af en toe beschermd wordt.
(MEESTER MARK) Ik heb hier een aantal gevoelens op het bord genoteerd.
Sommige zijn heel duidelijk en herkenbaar,
maar zeg mij eens bijvoorbeeld: Waar word jij zenuwachtig van ?
(PETER ADRIAENSSENS) De nieuwe mogelijkheden van de hersenen betekenen ook
dat taal opnieuw uitbreiding gaat nemen.
(MEESTER MARK) Wat betekent 'gelaten' ? Wanneer ben je gelaten ?
(MEISJE) Bijvoorbeeld gisteren, ik had een tenniswedstrijd. Ik vond dat tof,
maar die was zo sterk dat ik niet kon winnen
en dan had ik er geen zin meer in.
(PETER ADRIAENSSENS) Jongeren leren ineens veel meer synoniemen
en leren ook complexe gevoelens te uiten.
Dit is echt afhankelijk van blootstelling aan literatuur,
aan theater, aan film, aan discussies met mekaar.
(MEESTER MARK) De opdracht luidt als volgt: Ik ga zo dadelijk een stelling zeggen
en jij gaat de gevoelens rangschikken.
Hier komt de stelling.
'Op 1 september stap ik een nieuwe school binnen
en begin ik aan het secundair.'
(PETER ADRIAENSSENS) Die overgang naar het secundair mag niet onderschat worden.
Het is zoals deze jongen schrijft echt om zenuwachtig van te worden.
(MEESTER MARK) Je krijgt dan seffens een 'Yeti', maar er waren er niet genoeg,
dus ik heb een paar kopijtjes gemaakt.
Hier op deze kant vind je een paar stellingen.
Zijn ze waar of niet waar ?
(PETER ADRIAENSSENS) Dit soort tijdschriften speelt een rol in 't leggen van contact
tussen jongeren. Ze kunnen daarin dingen lezen
die ook de meningen zijn van anderen van hun leeftijd.
Dat vergemakkelijkt het voor kinderen om tegen elkaar te zeggen:
Vind jij ook wat daar staat ?
(PETER ADRIAENSSENS) We zien kinderen zelfstandig met de fiets naar huis komen
en dat is wat we zeker kunnen adviseren.
Je kan ermee beginnen experimenteren vanaf tien,
maar eigenlijk zeggen we vanaf twaalf, dan zijn we redelijk zeker
dat de hersenen van een kind ook heel goed rekening houden
met de hersenen van andere chauffeurs of het gebrek eraan.
(PETER ADRIAENSSENS) Deze jongeren komen thuis waar er geen toezicht meer is.
Jongeren hebben nu de capaciteit om zich zelfstandigheid eigen te maken.
Het blijft natuurlijk wel belangrijk dat ouders dat goed voorbereiden
dat je duidelijke afspraken hebt. Wat kan en wat kan niet ?
(PETER ADRIAENSSENS) Deze zoon bijvoorbeeld die chips eet en televisie kijkt,
wel, we vinden het behoorlijk normaal.
Dat hoofd is de hele dag bezig geweest
en heeft echt wel nood aan rust.
Die jonge hersenen hebben ook altijd honger.
Die verbruiken heel veel energie. Het is wel een beetje een kunst
om hen daarvoor op het gezonde spoor te houden.
(PAPA VAN FIEN) Heb je nog vrienden ?
(FIEN) Ja, Lucca Fourneau, die zit bij ons in de Chiro.
(PAPA) Die zijn erbij gekomen ? - (FIEN) Ja.
(PETER ADRIAENSSENS) Op deze leeftijd hebben we voor ouders niet meer veel te adviseren.
Het grootste deel van je werk moet eigenlijk al geleverd zijn.
Je kind moet structuur kennen. Je kind moet leren luisteren
en moet het ook kunnen op de leeftijd van twaalf
vanuit eigen keuze. Niet meer omdat je voortdurend
met allerlei sancties moet staan zwaaien.
(PAPA) En Christophe, wie is dat ? - (FIEN) Die zit bij ons (STOTTERT).
(PAPA) Op school. - (FIEN) Ja, en dat is Dany.
Die zit in het eerste middelbaar, maar die ken ik van vorig jaar.
(PETER ADRIAENSSENS) Wat rest er je als ouder, dat is zeer goed op de hoogte zijn
van de leefwereld van je kind. Wie zijn de vrienden en de vriendinnen ?
Wat doet die op internet ?
En daarin een speelse nabijheid zoeken,
zoals deze papa doet. Zorg dat je erbij bent,
dat je er een oogje op houdt, maar respecteer ook privacy.
(PAPA) Hier, Ella vraagt nu iets.
(FLUITSIGNAAL) (SPELENDE KINDEREN)
(PETER ADRIAENSSENS) De revolutie die zich in het lijf voordoet
van deze beginnende pubers, die kan je stimuleren
en dat kan de jeugdbeweging zijn. Dat kan creatief zijn.
Dat kan dans zijn, enzovoort. Prikkel deze hersenen.
Prikkel deze ontwikkeling. Daar heeft een kind veel bij te winnen.
(FIEN) Wie vind jij de tofste van de klas ?
(MEISJE) Ik zou het niet weten. - (FIEN) Jij ?
(MEISJE) Ik kijk niet meer naar de andere jongens.
(FIEN) Heb je er één ?
(FIEN) Hoe heet hij ? - (MEISJE) Mike.
(PETER ADRIAENSSENS) Op de vraag: Wie is de tofste van de klas ?
lijkt het ineens evident dat dat iemand van het andere geslacht is.
Dat zou voordien niet aan de orde geweest zijn.
(MEISJE) En jij ? - (FIEN) Niemand.
(MEISJE) Zeker ? - (FIEN) M'n oog valt op niemand.
(PETER ADRIAENSSENS) Een lief hebben, dat is taal die zij overnemen,
maar iets waar ouders redelijk mee moeten omgaan.
Er staat niet meteen 'n huwelijk te wachten.
Voor gelijk welke activiteit, ook voor het hebben van een vriendje,
zijn er goede afspraken nodig.
(FIEN) Ik wil zo'n gsm waarbij je zo'n 'touch board' hebt
en dan nog een toetsenbord. - (MEISJE) Dat heb ik.
(FIEN) Dat wil ik hebben. - (MEISJE) Da's echt 'graaf'.
(FIEN) Welke kleur heb je ? - (MEISJE) Zwart.
(FIEN) Wit en dan zo in 't midden... - (MEISJE) Nee, helemaal zwart.
(FIEN) Ah, Lana heeft zo'n roze. - (MEISJE) Ja, die is keimooi.
(PETER ADRIAENSSENS) Mooie kleuren, een mooi kleedje, een nieuw gadget.
Ze hebben het er niet eens over wat ze ermee zouden kunnen doen.
Het gaat over hoe het eruitziet.
Dat irriteert volwassenen natuurlijk wel eens.
Het is normaal wat hun hersenen doen. Daardoor worden ze verleid.
Wij zien op dit ogenblik te veel zevenjarige kinderen met een gsm.
Het is aan de volwassenen om ervoor te zorgen
dat niet iedere wens onmiddellijk gerealiseerd wordt.
(VROUW) Dag. Had u graag informatie ?
(MAMA VAN FIEN) Heel graag. - (VROUW) We werken vandaag
met rondleidingen, zowel voor de ouders als voor de leerlingen.
(PETER ADRIAENSSENS) Een van de belangrijke stappen in dat 6de leerjaar is natuurlijk:
Naar welke school ga je gaan voor het secundair onderwijs.
Het bezoek aan de school maakt daar zeker deel van uit.
(JONGEN) Vanaf volgend jaar worden fysica en biologie natuurwetenschappen.
Dus vanaf dit jaar is dat zo. Dat is naar boven, dus jullie mogen volgen.
(PETER ADRIAENSSENS) Wat het kind ervan gaat overhouden, gaan heel vaak opnieuw
hele concrete zaken zijn: een leuke refter, een leuk klaslokaal.
Ouders blijven nodig om mee te kijken naar de inhoud
die daar geboden wordt en op die manier zal men een combinatie
moeten zoeken: Wat vind jij een leuke school ?
En wat vind ik een goede invulling ?
(MAMA VAN FIEN) Wil je hier naar school gaan ?
(FIEN) Ja. Ik heb er al een aantal gezien die... Lotte is ook komen kijken.
(MAMA) Da's iemand van school ? - (FIEN) Ja.
(MAMA) Bij jou. Ja, ja.
(PETER ADRIAENSSENS) Het meisje heeft het niet alleen over: Vind ik de school leuk ?
Maar zegt: Die vriendin en die vriendin dachten ook
van naar hier te komen. Dat is iets wat voor vele jongeren speelt
om minder angstig te zijn voor de nieuwe omgeving.